Het Platform KSG heeft in samenwerking met anderen een Code Goed Houderschap Schapen en Geiten opgesteld. Hieronder de integrale tekst.

Wil je de code als PDF downloaden klik dan hier.

Code voor goed houderschap schapen en geiten Platform voor de kleinschalige schapen- en geitenhouders i.s.m. Stichting Levende Have.

Uitgave 22 september 2010

- 1 - Vooraf
De houders van landbouwhuisdieren worden vanuit de samenleving in toenemende mate
aangesproken op hun verantwoordelijkheden voor volksgezondheid, voedselveiligheid,
dierenwelzijn en milieu. Het op de juiste wijze omgaan met al deze verantwoordelijkheden is
samen te vatten onder de noemer 'goed houderschap'. Het is belangrijk dat dit begrip voor zowel
kleinschalige schapen- en geitenhouders als voor derden inzichtelijk wordt gemaakt.
Ook politiek gezien is 'goed houderschap' van belang. In maart 2010 bood de Raad voor
Dierenaangelegenheden (RDA) het advies 'Verantwoord houden' aan de Tweede Kamer aan.
Daarin staat dat de RDA kleinschalig gehouden dieren best onder een aparte (lees:
vereenvoudigde) wet- en regelgeving wil laten vallen, mits aangetoond kan worden dat deze dieren
geen rol van betekenis spelen bij de verspreiding van besmettelijke dierziekten. Dat betekent in
ieder geval dat de kleinschalige houders hun zaken goed op orde moeten hebben. De RDA bepleit
een onderscheid tussen (verplichte) minimumnormen en (vrijwillige) plusnormen voor
dierenwelzijn en diergezondheid. De plusnormen zouden dan door de sectoren zelf moeten worden
ingevuld.
De 'Code voor goed houderschap schapen en geiten' van het Platform voor de kleinschalige
schapen- en geitenhouders is een lijst met punten (of 'plusnormen') waarvan de houder zegt: "Dit
onderschrijf ik, hier voldoe ik aan." Het is gťťn extra regelgeving bovenop bestaande wetten en
regels. Het is een puntsgewijze 'goede praktijk'-lijst  - een code of conduct - die veel kleinschalige
schapen- of geitenhouders al als hun tweede natuur zullen zien. Met het naleven van de code toont
een schapen- of geitenhouder aan dat hij zich in positieve zin onderscheidt van houders die dat niet
doen. Daarmee biedt de code mogelijk ook commerciŽle kansen bij het vermarkten van producten
van zeldzame rassen. De code geeft aan wat er nodig is om de gezondheid en het welzijn van
schapen en geiten te borgen. Daarmee kan de code - en met name de toelichting daarop - ook als
leidraad dienen voor de beginnende schapen- of geitenhouder die het graag 'goed wil doen'.

- 2 - Code voor goed houderschap schapen en geiten
Als verantwoord schapen- en geitenhouder leef ik de 'Code voor goed houderschap schapen en
geiten' na. Ik zal mij op vrijwillige basis houden aan de bepalingen uit deze Code. Dat betekent
concreet:
1. Ik houd mij aan geldende wetten en regels, dan wel op de ?vertaling? daarvan voor de
kleinschalige schapen- en geitenhouderij;
2. Ik heb voldoende kennis en ervaring verworven - of voldoende ondersteuning hierin
gezocht - over de gezondheids- en welzijnsaspecten van de diersoort die ik houd, en ik sta
open voor nieuwe inzichten;
3. Ik houd minimaal op dagelijkse basis toezicht op mijn dieren;
4. Ik voorzie mijn dieren van schoon drinkwater en voldoende ruw- en krachtvoer, van een
goede kwaliteit;
5. Ik draag zorg voor een adequate mineralenvoorziening;
6. Ik houd geen dieren afgezonderd van andere dieren ? ook rammen en bokken niet;
7. Al mijn dieren hebben weidegang of een uitloop naar buiten, met uitzondering van een
eventuele stalperiode;
8. Ik draag zorg voor een op het ras afgestemde beschutting in de weide;
9. Mijn dierenweides en stallen zijn deugdelijk en veilig;
10. Ik draag zorg voor een deugdelijk en veilig transport van mijn dieren;
11. Goed ziektepreventiebeleid vormt de basis voor de gezondheid van mijn dieren;
12. Ik ben transparant over de gezondheidsstatus van mijn bedrijf;
13. Ik onderhoud een goede relatie met een kundige dierenarts;
14. Antibiotica dien ik alleen toe (cq laat ik alleen toedienen) na medische indicatie;
15. Ik draag zorg voor parasietenpreventie en waar nodig parasietenbestrijding;
16. Ik draag zorg voor een adequate vachtverzorging;
17. Ik draag zorg voor een adequate hoefverzorging;
18. Ik verplicht mij zieke dieren zo snel mogelijk te (laten) behandelen;
19. Versleten dieren en dieren met chronische ziekten of aandoeningen voer ik op tijd af, bij
uitzichtloos lijden laat ik euthanasie toepassen;
20. Mijn drachtige dieren worden niet geslacht;
21. Ik hanteer een verantwoord fokbeleid, dat recht doet aan de aard van het ras;
22. De lammeren van mijn schapen/geiten worden tot een leeftijd van minimaal 12 weken door
de moeder gezoogd (uitgezonderd lammeren van melkgeiten en melkschapen);
23. Risico's voor de volksgezondheid in de omgang mens-dier perk ik zoveel mogelijk in;
24. Risico's voor de volksgezondheid in de zin van voedselveiligheid perk ik zoveel mogelijk
in;
25. Ik ga verantwoord en milieubewust om met de verwerking of afvoer van mest, afvalstoffen,
bestrijdingsmiddelen en medicatie;
26. Ik verplicht mij tot het 'verantwoord verkopen' van mijn schapen, geiten en lammeren;
27. Ik verplicht mij tot informatieoverdracht aan de afnemers van mijn schapen, geiten en
lammeren, in het bijzonder aan beginnende schapen- en geitenhouders;
28. Ik beperkt het risico van insleep van dierziekten bij import van dieren zo veel mogelijk.

- 3 - Toelichting
Ad 1) Ik houd mij aan geldende wetten en regels, dan wel op de 'vertaling' daarvan voor de
kleinschalige schapen- en geitenhouderij
Schapen- en geitenhouders die instemmen met de code voor goed houderschap, geven daarmee aan
op de hoogte te zijn van en zich te houden aan de geldende wet- en regelgeving. De belangrijkste
daarvan is de identificatie en registratie van dieren. Alle relevante wetten en regels zijn opgenomen
in de Regelwijzer van het Platform voor de kleinschalige schapen- en geitenhouders. De
Regelwijzer is te vinden op www.platform-ksg.nl. Waar nodig zijn wetten en regels 'vertaald' naar
toepassing in de kleinschalige schapen- en geitenhouderij, zodat de kleinschalige dierhouder kan
handelen in de geest van wet of regel.

Ad 2) Ik heb voldoende kennis en ervaring verworven - of voldoende ondersteuning hierin
gezocht - over de gezondheids- en welzijnsaspecten van de diersoort die ik houd, en ik sta
open voor nieuwe inzichten
Een goed schapen- en geitenhouder verdiept zich in de lichamelijke en geestelijke behoeften van de
diersoort die hij houdt. Beginnende dierhouders lezen zich in de materie in en doen bij vragen en
problemen een beroep op meer ervaren dierhouders. Ervaren dierhouders blijven niet star
vasthouden aan routinematig handelen, maar doen hun voordeel met voortschrijdende inzichten.
Kennis is gratis online te verwerven via: www.levendehave.nl, www.platform-ksg.nl,
www.hobbydierhouder.nl, www.minlnv.nl, www.wormenwijzer.nl, www.schapen.startpagina.nl,
www.geiten.startpagina.nl, www.schapennet.com, www.geitennet.com, www.licg.nl. Bij veel van
deze websites kan men zich inschrijven voor een gratis nieuwsbrief per e-mail. Op
www.capraovis.nl van de Gezondheidsdienst voor Dieren is betaalde informatie over schapen en
geiten te verkrijgen. Daarnaast is kennis te verwerven via vele boeken, tijdschriften en
rasverenigingen.

Ad 3) Ik houd minimaal op dagelijkse basis toezicht op mijn dieren
Dagelijks toezicht is noodzakelijk om het functioneren van de kudde en de afzonderlijke dieren
daarbinnen te kunnen waarnemen en beoordelen: rust of onrust in de koppel, graas- en
herkauwgedrag, bronstgedrag, groeps- en afzonderingsgedrag, gaten in de omheining, enzovoorts.
Door dagelijks de tijd te nemen voor een rustige kijk naar de koppel, worden kleine veranderingen
in gedrag, gezondheid en veiligheid snel waargenomen.

Ad 4) Ik voorzie mijn dieren van schoon drinkwater en voldoende ruw- en krachtvoer, van
een goede kwaliteit
Emmers, drinkbakken, nippels en automatische drinkvoorzieningen worden regelmatig goed
gereinigd. Oppervlakte-, grond- en bronwater dienen alleen als drinkvoorziening als de
waterkwaliteit aantoonbaar goed is (tests o.a. door de GD, www.gddeventer.com) en als de
waterplaats goed toegankelijk is voor de dieren. De voeding van schapen en geiten is
soortafhankelijk, rasafhankelijk en afhankelijk van de omstandigheden van de dieren (huisvesting,
leeftijd, dracht). Voor alle schapen en geiten geldt wel: langvezelig ruwvoer (gras, hooi, stro,
luzerne, etc.) is de basis van het rantsoen. Geiten die in de wei lopen, krijgen naast gras ook hooi
voor een goede penswerking. Krachtvoer wordt bij schapen en geiten alleen indien nodig
bijgevoerd, met name in de winter, aan het einde van de dracht, tijdens de lactatieperiode of bij
opgroeiende lammeren.
Aan de andere kant mag er niet overvoerd worden. Dit geld vooral voor jonge dieren en sobere
rassen.

Ad 5) Ik draag zorg voor een adequate mineralenvoorziening
Extra mineralen worden verstrekt indien nodig, afhankelijk van de voedingsomstandigheden en de
specifieke behoefte van diersoort of ras. Over het algemeen geldt: dieren die uitsluitend op ruwvoer
leven en oudere of conditioneel zwakkere dieren hebben een hogere mineralenbehoefte. De
koperopname van een aantal schapenrassen, waaronder de Texelaar, ligt veel hoger dan bij geiten,
waardoor deze schapen relatief snel kopervergiftiging kunnen oplopen. Zij krijgen daarom een
schapenlikblok, de overige schapenrassen en geiten een rundveelikblok. Ook een matige
verstrekking van krachtvoer kan voorzien in mineralenbehoefte. Onnodig te veel mineralen
verstrekken kan schadelijk zijn.

Ad 6) Ik houd geen dieren afgezonderd van andere dieren - ook rammen en bokken niet
Schapen en geiten zijn kuddedieren, die hechte sociale groepen vormen. Als deze dieren solitair
worden gehouden, is dat een grote aantasting van het dierenwelzijn. Eenzame geiten zullen dat met
voortdurend gemekker laten blijken en/of stoppen met eten. Eenzame schapen kwijnen weg.
Verantwoorde schapen- en geitenhouders huisvesten op zijn minst twee schapen of geiten samen.
Ook mannelijke dieren krijgen gezelschap van ten minste ťťn soortgenoot.

Ad 7) Al mijn dieren hebben weidegang of een uitloop naar buiten, met uitzondering van een
eventuele stalperiode
Het in de buitenlucht kunnen verblijven is belangrijk voor de gezondheid en het welzijn van
schapen en geiten. Schapen- en geitenhouders die de code naleven, bieden hun dieren weidegang
en/of een uitloop naar buiten, eventueel met uitzondering van een winterse stalperiode. Tijdens de
lammertijd kunnen dieren tijdelijk volledig op stal worden gehouden.
 
Ad 8) Ik draag zorg voor een op het ras afgestemde beschutting in de weide
Enige vorm van onderdak, beschutting en een droge ligplaats zijn voor alle schapen en geiten
noodzakelijk. Wel zijn er per ras grote verschillen. Sobere schapenrassen zijn vooral gebaat bij
schaduwgevende bomen die hittestress voorkomen, veel geitenrassen hebben vooral een degelijke
stal tegen regen, optrekkend vocht en koude nodig.

Ad 9) Mijn dierenweides en stallen zijn deugdelijk en veilig
De weides zijn voorzien van een deugdelijke afrastering. De sterkte van het materiaal, de hoogte en
de maaswijdte van het gaas of de draadafstand zijn afgestemd op diersoort en ras. Getracht wordt te
voorkomen dat dieren met kop, hoorns of poten vast kunnen komen te zitten in het hekwerk.
Afzettingen door middel van stroomdraden mogen bij aanraking slechts een kort moment pijn
doen. In de weide bevinden zich geen gevaarlijke objecten. De dierhouder zorgt ervoor dat giftige
planten en struiken uit de weide worden verwijderd. Op
http://www.levendehave.nl/kennisbank/algemeen/giftige-planten-en-struiken staat een overzicht
van gevaarlijke begroeiing. Ook in de stal worden gevaarlijke situaties vermeden: geen gebrekkig
hekwerk, geen losse uitsteeksels, geen brede roostergroeven waar de klauwen in vast kunnen raken
en geen loodhoudende verf op houten delen in verband met vergiftigingsverschijnselen. Voer
wordt op degelijke wijze opgeslagen, zodat plaagdieren er geen toegang tot hebben en zodat
uitgebroken dieren zich er niet aan kunnen overeten. Afhankelijk van het gekozen staltype wordt
de stal op geregelde basis gereinigd. Er wordt gezorgd voor voldoende strooisel, licht en ventilatie.

Ad 10) Ik draag zorg voor een deugdelijk en veilig transport van mijn dieren
De Europese transportverordening bepaalt dat voertuigen waarin schapen of geiten worden
vervoerd deugdelijk moeten zijn. Dat betekent onder meer: voldoende ruim, geen gladde vloer,
voldoende ventilatie. Letsel en onnodig lijden van de dieren moet worden voorkomen en hun
veiligheid gegarandeerd. Dieren met en zonder hoorns worden niet tegelijkertijd vervoerd, dieren
die elkaar agressief kunnen bejegenen ook niet. Zwakke, zieke en gewonde dieren worden niet
vervoerd. Hetzelfde geldt voor hoogdrachtige dieren, dieren die pas afgelammerd hebben en
pasgeboren lammeren. Bij extreme weersomstandigheden, met name hitte, vindt ook geen transport
plaats. Meer gedetailleerde informatie over deugdelijk transport staat in de Regelwijzer op
www.platform-ksg.nl.

Ad 11) Goed ziektepreventiebeleid vormt de basis voor de gezondheid van mijn dieren
Voorkomen is beter dan genezen, is het uitgangspunt. Goede voeding, huisvesting en verzorging
vormen de basis. Een goed preventiebeleid doet de rest: regelmatige controle van de dieren,
hygiŽnisch werken, verantwoord fokbeleid, ziekte-insleep voorkomen, planmatig omweiden,
vaccinatie en ontworming waar nodig. De websites www.platform-ksg.nl en www.levendehave.nl
geven een overzicht van een aantal ernstige, aangifteplichtige ziekten. Op www.levendehave.nl
staan ook de meer gangbare ziektes, aandoeningen en kwaaltjes omschreven.

Ad 12) Ik ben transparant over de gezondheidsstatus van mijn bedrijf
Gezondheidsprogramma?s, zoals het scrapieprogramma en zwoegerprogramma (schapen) en CAE/
CL-programma (geiten), zijn vrijwillig. Verantwoorde schapen- en geitenhouders zijn transparant
over in hoeverre zij deelnemen aan dergelijke programma?s en welke gezondheidsstatus zij hieraan
ontlenen. Zij geven openheid van zaken over ziekten en aandoeningen binnen de koppel, niet alleen
over A-ziekten zoals blauwtong-, Q-koorts of brucella, maar ook over andere ziekten en
aandoeningen zoals klauwaandoeningen (bijvoorbeeld rotkreupel) en besmettingen met parasieten
(bijvoorbeeld luizen, wolschurft). Zij zijn open over vaccinatiebeleid, behandelingen en
preventieve maatregelen. Ook geven zij inzicht in (rasspecifieke) erfelijke factoren van hun dieren.

Ad 13) Ik onderhoud een goede relatie met een kundige dierenarts
De verantwoorde schapen- of geitenhouder onderhoudt een goede relatie met een dierenarts met
kennis van en ervaring met kleine herkauwers. De houder heeft de contactgegevens van zijn
dierenarts binnen handbereik. De houder weet in hoeverre hij buiten praktijkuren bij zijn dierenarts
terecht kan, en draagt zorg voor eventuele alternatieve adressen voor noodgevallen.

Ad 14) Antibiotica dien ik alleen toe (cq laat ik alleen toedienen) na medische indicatie
Een toenemende antibioticaresistentie in de dierhouderij is in de eerste plaats gevaarlijk voor
schapen en geiten zelf, maar ook mensen krijgen steeds meer te maken met diergerelateerde
besmettingen die voortkomen uit voor antibiotica resistente bacteriŽn. Antibiotica worden door
verantwoorde schapen- en geitenhouders alleen met de grootste terughoudendheid toegediend. Dat
houdt in: alleen op medische indicatie, niet preventief.

Ad 15) Ik draag zorg voor parasietenpreventie en waar nodig parasietenbestrijding
Geiten en schapen kunnen last hebben van allerlei parasieten zoals luizen, mijten en wormen
(longwormen, maagdarmwormen, leverbot). Goed management is gericht op de minimale inzet van
ontwormingsmiddelen en pour-on middelen. Als gebruik wel nodig is, dan wordt een juiste, niet te
lage dosering gebruikt, dit om resistentie te voorkomen. Mestonderzoek, dat via de dierenarts of
rechtstreeks via een gespecialiseerd laboratorium wordt verricht, kan het onnodig gebruik van
antiwormmiddelen voorkomen. De Animal Sciences Group van Wageningen Universiteit heeft een
website ontwikkeld waar schapenhouders zich kunnen laten adviseren over ontwormen en het
tegengaan van resistentie tegen ontwormingsmiddelen: www.wormenwijzer.nl. Verantwoorde
schapen- en geitenhouders met voldoende land hanteren vaak een omweidingsstrategie. Diverse
omweidingsstrategieŽnstrategiŽn staan vermeld op
www.levendehave.nl/kennisbank/geiten/worminfecties-bij-geiten en
www.levendehave.nl/kennisbank/schapen/worminfecties-bij-schapen . Leverbotinfecties zijn te
voorkomen of te reduceren met goed weidemanagement (waaronder drainage). Daarnaast is het
zinvol de adviezen van de Werkgroep Leverbotprognose op te volgen. De leverbotprognoses
worden elk najaar bekend gemaakt via alle relevante mediakanalen. Op www.levendehave.nl staat
uitgebreide informatie over allerlei parasieten bij schapen en geiten.

Ad 16) Ik draag zorg voor een adequate vachtverzorging
Een jaarlijkse scheerbeurt is bij schapen en angorageiten uit welzijnsoogpunt een must. Een schaap
dat niet geschoren wordt, heeft het op zomerse dagen veel te warm en kan bezwijken aan
hittestress. Ook uit oogpunt van parasietenpreventie is scheren noodzaak. Zie ook ad. 15. Voor
 scheeradviezen zie www.levendehave.nl/kennisbank/schapen/scheren-van-schapen, voor
informatie over myiasispreventie zie www.levendehave.nl/kennisbank/schapen/myiasis-bijschapen.

Ad 17) Ik draag zorg voor een adequate hoefverzorging
De verantwoorde schapen- of geitenhouder controleert de klauwen en bijklauwtjes van zijn dieren
regelmatig, zodat op tijd bekapt kan worden en eventuele hoefproblemen in een vroeg stadium
worden onderkend. Als richtlijn voor de hoefbekapping geldt: voor schapen 2 tot 3 keer per jaar en
voor geiten 4 tot 6 keer per jaar. Dit is echter zeer afhankelijk van de natuurlijke slijtage: bij geiten
en schapen die (deels) op een verharde ondergrond lopen, slijten de hoeven sneller dan bij dieren
die hoofdzakelijk in de weide lopen. Op www.levendehave.nl/kennisbank/geiten/hoefverzorgingbij-geiten en www.levendehave.nl/kennisbank/schapen/klauwverzorging-bij-schapen staan
bekapinstructies.

Ad 18) Ik verplicht mij zieke dieren zo snel mogelijk te (laten) behandelen
Dierenwelzijn is mede gebaseerd op het voorkomen van onnodig lijden. Zieke, zwakke en
gewonde dieren worden daarom zo snel mogelijk door de dierhouder zelf of door de dierenarts
behandeld.

Ad 19) Versleten dieren en dieren met chronische ziekten of aandoeningen voer ik op tijd af,
bij uitzichtloos lijden laat ik euthanasie toepassen
Dierenwelzijn is mede gebaseerd op het voorkomen van uitzichtloos lijden. Versleten dieren,
chronisch zieke dieren en dieren met ernstige chronische aandoeningen worden daarom afgevoerd
voor de slacht als zij daar fysiek nog gezond genoeg voor zijn. Bij dieren die te ziek of wrak zijn
voor normale afvoer wordt euthanasie toegepast.
Bij dit punt is goed overleg met de dierenarts geboden.

Ad 20) Mijn drachtige dieren worden niet geslacht
De verantwoorde schapen- en geitenhouder voorkomt dat vrouwelijke dieren die bestemd zijn voor
de slacht drachtig kunnen worden. Zij worden gescheiden gehuisvest van de ram of bok. Drachtige
schapen en geiten worden niet geslacht. Uitzondering hierop vormen noodslachtingen uit oogpunt
van dierenwelzijn.

Ad 21) Ik hanteer een verantwoord fokbeleid, dat recht doet aan de aard van het ras
In een verantwoord fokbeleid past het selecteren op onnatuurlijk grote worpen niet. Wat
'onnatuurlijk' is, ligt echter per ras verschillend. Verantwoord fokbeleid is in ieder geval gericht op
het zoveel mogelijk voorkomen van geboorteproblemen, flessenlammeren, inteelt en andere
problemen die zijn gerelateerd aan eenzijdig fokken.

Ad 22) De lammeren van mijn schapen/geiten worden tot een leeftijd van minimaal 12 weken
door de moeder gezoogd (uitgezonderd lammeren van melkgeiten en melkschapen)
Schapen- en geitenlammeren blijven tot een leeftijd van minimaal 12 weken bij de moeder. Tegen
die tijd hebben lammeren geen melk meer nodig en zijn zij al volledig gewend aan het eten van
ruwvoer en brok. Ook zijn zij op dat moment geestelijk rijp genoeg om gescheiden te worden van
hun moeder. Uitzondering op deze regel vormen de lammeren van melkgeiten en melkschapen, die
al direct na de geboorte of binnen enkele dagen bij de moeder worden weggehaald. Bij voorkeur
blijven zij wel in dezelfde lammergroep tot zij 12 weken oud zijn.

Ad 23 Risico's voor de volksgezondheid in de omgang mens-dier perk ik zoveel mogelijk in
Bij de omgang tussen mens en dier wordt door de schapen- of geitenhouder een goede persoonlijke
hygiŽne betracht. De houder wijst bezoekers op normale hygiŽnemaatregelen, zoals handen wassen
na het lammetjes aaien. Bij (een vermoeden van de) aanwezigheid van besmettelijke ziekten wordt
alleen het noodzakelijke bezoek (bijvoorbeeld de dierenarts) toegelaten. Goed management
voorkomt de insleep van dierziekten en zoŲnosen zo veel mogelijk.
Risicovolle bezoekers (personen die in contact zijn geweest met andere schapen en geiten, zoals
dierenartsen, veehandelaren en controleurs) worden niet in het weiland en de stal gelaten, of alleen
met ontsmet schoeisel.

Ad 24) Risico's voor de volksgezondheid in de zin van voedselveiligheid perk ik zoveel
mogelijk in
De VKI (Voedsel Keten Informatie) behelst gegevens over de gezondheidsstatus, de
ziektegeschiedenis en het medicijngebruik van dieren die geslacht worden (al dan niet via
veehandelaar of verzamelplaats) en zo in de voedselketen terechtkomen. De VKI-eisen vormen de
basis van goed voedselveiligheidsmanagement. Deze eisen zijn opgenomen in de Regelwijzer van
het Platform voor de kleinschalige schapen- en geitenhouders. VKI kan op papier of elektronisch
(vanaf 1 juli 2010) worden aangeleverd. Op de website www.platform-ksg.nl staan nadere
aanwijzingen.

Ad 25) Ik ga verantwoord en milieubewust om met de verwerking of afvoer van mest,
afvalstoffen, bestrijdingsmiddelen en medicatie
Afvalstoffen, medicatie en bestrijdingsmiddelen worden zo opgeslagen dat zij niet in contact
kunnen komen met kinderen, de dieren of met het voer. Ook wordt voorkomen dat zij in water of
bodem terecht kunnen komen. Medicijnen, anti-wormmidelen en bestrijdingsmiddelen die over de
datum zijn of niet meer worden gebruikt, worden verantwoord afgevoerd. Mest wordt op
verantwoorde wijze verwerkt of afgevoerd. Wat de Meststoffenwet voor kleinschalige houders van
schapen en geiten behelst, staat in een brochure van Levende Have:
www.levendehave.nl/kennisbank/algemeen/meststoffenwet.

Ad 26) Ik verplicht mij tot het 'verantwoord verkopen' van mijn schapen, geiten en
lammeren
De verantwoordelijkheid van de schapen- en geitenhouder gaat verder dan het moment van
verkoop. De verkoper heeft een zekere verplichting ten aanzien van het adres waar de dieren
naartoe gaan. De verkopende dierhouder moet er vertrouwen in hebben dat de kopende partij
voldoende kennis en ervaring heeft (of bereid is die op te doen) om de dieren goed te huisvesten en
te verzorgen. Wie dat vertrouwen bij een koper mist, verkoopt zijn dieren niet. Mogelijk willen
nieuwe houders zich zelf ook aan deze Code voor goed houderschap houden, en ontstaat er
daarmee een sneeuwbaleffect van goed houderschap.

Ad 27) Ik verplicht mij tot informatieoverdracht aan de afnemers van mijn schapen, geiten
en lammeren, in het bijzonder aan beginnende schapen- en geitenhouders
Goede informatieoverdracht omvat:
aan alle kopers: 
- informatie over de gezondheidsstatus van het bedrijf (zwoeger, CAE/CL, hoefproblemen,
etc.);
- informatie over de recent toegediende medicaties aan de verkochte dieren (let op
wachttijden);
- informatie over de ziektegeschiedenis en andere problemen en eigenaardigheden van de
verkochte dieren;
en daarnaast aan beginnende houders:
- deze Code voor goed houderschap schapen en geiten;
- verwijzing naar informatiebronnen;
- specifieke informatie over het ras en de individuele dieren die verkocht worden: welk type
likblok, hoeveel (bij)voeding, welke weidebeschutting en -afrastering, wanneer opstallen,
wanneer scheren, welke voorzorgsmaatregelen bij aflammeren?

Ad28) Ik beperkt het risico van insleep van dierziekten bij import van dieren zo veel mogelijk.
Vanwege het risico op insleep van dierziekten moet import van dieren zeer zorgvuldig plaats
vinden. De wet- en regelgeving biedt onvoldoende waarborgen. Bovenop de van toepassing zijnde
wet- en regelgeving worden de volgende extra voorzorgsmaatregelen genomen:
- Voorafgaande aan de import wordt een zo goed mogelijk beeld verkregen van de
gezondheidssituatie van het exporterende bedrijf en de regio.
- De dieren worden voorafgaand aan de import of direct na aankomst getest op Caseous
Lymfadenitis (CL). Voor extra zekerheid kunnen deze dieren na een half jaar nogmaals
getest worden.
- GeÔmporteerde dieren worden minimaal 30 dagen in quarantaine gehouden.
- In principe wordt er in kleine aantallen dieren geÔmporteerd voor eigen gebruik.