Het gen-E
Er zijn 2 allelen bekend van het gen E, namelijk het recessieve Ee (ofwel E+), waarvan niet bekend is welke werking het heeft en het dominante Ed (ofwel EE).
Het allel Ed komt vrij algemeen voor en komt tot uiting doordat het de werking van alle allelen van een ander gen, namelijk het A-gen onderdrukt. Wanneer een schaap het Ed allel heeft, zal het zwart zijn, ongeacht wat voor allel het dier heeft van het gen A. Het is dus opvallend dat we bij een schaap 2 verschillend verervende vormen van de zwarte kleur hebben: het allel Aa, recessief zwart en het allel Ed, dominant zwart.
Bij het Texelse schaap komt alleen de recessief zwarte factor voor. Uit literatuuronderzoek is bekend dat er ook rassen zijn die zowel de recessieve als de dominante zwarte factor hebben, Waarbij de dominante zwarte factor (Ed) veelvuldiger voorkomt dan de recessieve factor (Aa).
Het lijkt erop dat binnen de (huidige) Mergellandpopulatie de recessieve zwarte factor (Aa) nauwelijks of niet (meer) voorkomt. Als deze factor aanwezig is binnen ons ras, is de frequentie in ieder geval heel laag. Dit kan afgeleid worden uit het feit dat er (vrijwel) geen zwarte lammeren geboren worden die met zekerheid afstammen van 2 witte ouderdieren.
De dominant zwarte factor (Ed) is wel aanwezig, namelijk bij (vrijwel) alle zwartgekleurde Mergellanders. Dit kan afgeleid worden uit het feit dat bij de paring van tenminste 1 zwarte ouder frequent zwarte lammeren worden geboren. Voor het ontstaan van een zwarte Mergellander is het immers voldoende als 1 van beide ouders de Ed factor doorgeeft aan de nakomeling.
Wel is de kans op een zwarte Mergellander afhankelijk van de frequentie van de aanwezigheid van het Ed allel bij de ouders. Beide ouders hebben samen 4 stuks van het E-allel en hoe vaker dit E allel voorkomt in de vorm Ed, hoe groter de kans is dat dit ouderpaar een zwart lam voortbrengt.
Een fokonzuivere zwarte ouder gepaard met een witte ouder geeft slechts 50% kans op een zwart lam (en dus 50% kans op een wit lam), terwijl de combinatie van een fokzuivere zwarte ouder (Ed Ed) met ongeacht welke andere ouder 100% kans op een zwart lam geeft. Tussen deze uitersten zitten nog varianten die in onderstaan schema zijn uitgewerkt.
Schema 2: Fokonzuiver zwart x wit
| |
Ouder 2 (wit) |
Ee |
Ee |
|
Ouder 1 (zwart): |
|
|
|
|
Ed |
|
Ed Ee
zwart - fokonzuiver |
Ed Ee
zwart - fokonzuiver |
|
Ee |
|
Ee Ee
wit |
Ee Ee
wit |
| |
|
Conclusie: 2/4 (50%) is zwart en 2/4 (50%) is wit |
Schema 3: Fokonzuiver zwart x fokonzuiver zwart
| |
Ouder 2 (zwart): |
Ed |
Ee |
|
Ouder 1 (zwart): |
|
|
|
|
Ed |
|
Ed Ed
zwart - fokzuiver |
Ed Ee
zwart - fokonzuiver |
|
Ee |
|
Ed Ee
zwart - fokonzuiver |
Ee Ee
wit |
| |
|
Conclusie: 3/4 (75%) is zwart en 1/4 (25%) is wit |
Schema 4: Fokzuiver zwart x wit
| |
Ouder 2 (wit) |
Ee |
Ee |
|
Ouder 1 (zwart) : |
|
|
|
|
Ed |
|
Ed Ee
zwart - fokonzuiver |
Ed Ee
zwart - fokonzuiver |
|
Ed |
|
Ed Ee
zwart - fokonzuiver |
Ed Ee
zwart - fokonzuiver |
| |
|
Conclusie: 4/4 (100%) is zwart (fokonzuiver) |
Schema 5: Fokzuiver zwart x fokonzuiver zwart
| |
Ouder 2 (zwart): |
Ed |
Ee |
|
Ouder 1 (zwart): |
|
|
|
|
Ed |
|
Ed Ed
zwart - fokzuiver |
Ed Ee
zwart - fokonzuiver |
|
Ed |
|
Ed Ed
zwart - fokzuiver |
Ed Ee
zwart - fokonzuiver |
| |
|
Conclusie: 4/4 (100%) is zwart (50% fokonzuiver en 50% fokzuiver) |
Het bovenstaande zijn gemiddelde waardes. Net zo goed als er bij de bepaling van het geslacht 50% kans is op een ram en 50% kans op een ooi, komt het voor dat bij een 2-ling 2 rammen of juist 2 ooien worden geboren. Of in enig jaar heb je binnen je kudde bijvoorbeeld meer rammetjes gefokt dan ooitjes.
De kans dat je binnen de Mergelland populatie een fokzuivere zwarte ram of ooi tegenkomt is vrij beperkt, omdat veel zwarte Mergellanders afstammen van een witte ouder of in het geval van 2 zwarte ouders zijn dit veelal fokonzuivere zwarte ouders.
Samenvattend kun je dus zeggen dat je in de dagelijkse fokkerijpraktijk van zwarte Mergellanders altijd tenminste 1 zwart ouderdier moet inzetten om een kans te hebben op zwarte lammeren.
Verder lijkt het uit oogpunt van het verhogen van de kansen op het fokken van zwarte lammeren aantrekkelijk om 2 zwarte Mergellanders met elkaar te paren. Echter gezien de zeer beperkte zwarte Mergellandlijnen binnen de huidige populatie is het wenselijk om maar 1 zwarte Mergelland ouder te gebruiken en deze te paren met witte Mergellanders uit voldoend verschillende bloedlijnen met goede raseigenschappen
De oorspronkelijk tekst werd herwerkt en herschreven door Maurice Vaessen.
Geraadpleegde literatuur:
“Fokken met kleurschapen” , Drs. Ed van Klink, 1984. |