De kudde van de St Pietersberg (erkend fokcentrum)

De Sint Pietersberg ten zuiden van Maastricht, gelegen tussen de rivieren de Maas en de Jeker, is Nederlands bekendste heuvel. Niet alleen omwille van zijn historische hoeven, zijn rijke flora en fauna maar ook van de gravende cementindustrie tegen zijn flanken en de honderden kilometers gangen van de oude mergelwinning onder de grond. Slechts 2 kilometer van de 7 kilometer lange ?berg? ligt op Nederlands grondgebied, de rest ligt in Vlaanderen en WalloniŽ. ( zie Montagne St-Pierre ).

Mergel, zachte kalksteen

Het is de mergel die de Sint Pietersberg heeft bekend gemaakt. Deze mergel is ontstaan uit resten van planten en dieren die zo?n 70 miljoen leefden in de Zuid- Limburgse grote binnenzee, dit was tijdens de Krijttijd. In het plateau dat achterbleef slepen de Maas en Jeker hun dalen uit. Wat er daar tussen over bleef dat was de Sint Pietersberg. En nu is deze heuvel een interessante plek voor allerlei kalkminnende planten, voor typische dieren en vogels.

Ook de mens vond deze heuvel de moeite waard, want de Romeinen waren de eerste die op kleine schaal mergel gingen winnen om er mee te bouwen. Vanaf de zestiende eeuw vond deze mergelontginning op grotere schaal plaats. In verloop van eeuwen ontstond een complex gangenstelsel. Meer dan 20.000 gangen op een oppervlakte van 80 hectare vormden een waar labyrint. Deze ontginning ging door tot 1900, maar van af dat ogenblik ging de ENCI met moderne technieken in dagbouw de berg afgraven. Een groot deel van het historisch gangenstelsels ging verloren, nu rest er een groot gat. Ook na de eeuwwisseling graaft men steeds verder. De groeve wordt niet groter, maar wel dieper. Het gangenstelsel heeft een grote cultuurhistorische waarde. Er zijn op de wanden veel tekeningen en opschriften aangebracht. Het was in het verleden een schuilplaats en een handige smokkelroute. Nu zie je nog restanten van voorraadsilo?s, ondergrondse watertanks, een heuse bakkerij en een kapel. In de mergel zijn op sommige plekken kunstwerken uitgehouwen. Het is de vindplaats van de Mosasaurus.

Natuurmonument.

Het deel dat resteert na afgraving voor de mergelwinning, is bestemd als natuurgebied. In het verleden, maar ook nu nog is de St Pietersberg erg belangrijk voor talrijke planten, vogels en dieren. De voor Zuid- Limburg zo unieke kalkgraslanden en hellingbossen herbergen talrijke zeldzame planten en dieren. Hier groeien zeldzame planten als bergsteentijm, zonneroosjes, klimopbremraap, blazenstruik, ruige anjer, eenbes, kalketrip, knolsteenbreek, wegdistel, bilzenkruid, soldaatje en bergnachtorchis. De natuur had wel geluk op deze plek. De hellingen waren niet geschikt voor landbouw en daarom lieten mensen al eeuwenlang hier hun schapen grazen. En net zoals op andere plekken waar er kalkgraslanden zijn, was dit in het voordeel van deze typische kalkminnende vegetatie. De mest opbrengst werd gebruikt om de akkers op de plateaus te voorzien van de nodige meststoffen. Na de oogst kwamen de schapen op de stoppelvelden.

Zonder het zelf te willen creŽerde de mensen hier door deze wijze van ?boeren? kruidenrijke akkers op het plateau en kalk- en heischraal grasland op de hellingen. Niet voor niks gaf de bekende Nederlandse plantendeskundige J. Heimans de St Pietersberg het predikaat ? plantengeografisch bastion?. Door begrazen met schapen en door hakbeheer ( voor brandhout en geriefhout ) had de berg een ?kaal? aanzien. Je kan dat nog op talrijke oude foto?s en schilderijen zien.

Door het verdwijnen van de schaapskuddes kregen de bomen meer kans en ontstonden er meer bossen. Hierdoor verdwenen talrijke planten maar ook amfibieŽn zoals de muurhagedis en de gladde slang. De muurhagedis komt wel nog voor op de Belgische St Pietersberg en op de stadswallen en de Hoge fronten van Maastricht.

Van de bijzondere dieren van de berg kunnen we zeker de eikelmuis, steen- en boommarter, vos, hazelmuis, das, rugstreeppad, hazelworm en talrijke vleermuizen opnoemen. Hier leven 15 van de 19 in Nederland gekende vleermuizen in de gangenstelsels van de St Pietersberg. Het verplaatsen van de schapen van de berg naar de Hoge fronten of de Maasdijken gebeurt allemaal te voet, onder begeleiding van Els en haar honden. Het is een vreemd zicht om deze stadskudde gade te slaan.