Stamboekreglement O.M.S (versie 2011).

1. Algemene richtlijnen

1.1 Uitsluitend leden van de vereniging O.M.S. hebben het recht om dieren ter inschrijving in een van de registers van de vereniging aan te bieden.

1.2 Als fokker van een dier wordt diegene beschouwd die op de dag van de geboorte van een dier als eigenaar van het moederdier in de stamboekadministratie vermeld staat.

1.3 Alleen die dieren komen in aanmerking voor registratie in een van de boeken van de vereniging O.M.S. die voldoen aan de rasbeschrijving en derhalve enerzijds in voldoende mate de raskenmerken vertonen en anderzijds geen zichtbare afwijkingen hebben, zoals bijvoorbeeld varkensbek, snoekbek, gebreken aan de geslachtsorganen, ongeneeslijk groenkauwen, otognatie, etc.

1.4 Stamboekinschrijving van een dier geschiedt van verenigingswege, indien wordt voldaan aan de eisen van dit stamboekreglement, door middel van opname van het dier in een van de boeken van de vereniging.

1.5 De eigenaar van ingeschreven ooien is tijdens de dekperiode gehouden om er voor te zorgen dat slechts 1 ram gelijktijdig bij de dieren loopt. Wanneer een ooi gedurende de dekperiode achtereenvolgens met meer dan 1 ram in contact wordt gebracht, dient er tussen de datum van verwijdering van de ene ram en de datum van inbrengen van de tweede ram een wachttijd van tenminste 5 dagen in acht te worden genomen, waarbij de ooi met geen van beide rammen contact heeft.

1.6 Onder strikte voorwaarden is het voor de eigenaren, die vanwege hun houderijsysteem genoodzaakt zijn meerdere rammen gelijktijdig in te zetten, toegestaan af te wijken van het in punt 1.5 bepaalde. De inzet van meerdere rammen dient steeds voor het dekseizoen gemeld te worden bij de stamboekadministratie.

1.7 Vrouwelijke nakomelingen die voortkomen uit de inzet van meerdere rammen gelijktijdig ( = cat. 3 RR ), kunnen hoogstens in aanmerking komen voor registratie in het hulpstamboek ( cat. 2 ), op voorwaarde dat alle ingezette vaderdieren OMS- stamboek rammen zijn ( individueel cat. 3 ) en de moederdieren behoren tot de categorie hulpstamboek ( cat. 2 ) of stamboek ( cat. 3 ).

1.8 Wanneer bij een fokker ook niet geregistreerde Mergellanders aanwezig zijn ( dieren met Mergelland raskenmerken die niet in het stamboek zijn ingeschreven ), dient de eigenaar dit in zijn schapen administratie duidelijk te vermelden. Deze situatie stelt hoge eisen aan een gescheiden bedrijfsvoering.

1.9 Ieder dier krijgt tijdig na de geboorte een uniek identiteitsnummer van de fokker. Dit nummer wordt door de eigenaar doorgegeven aan de stamboekadministratie.

1.10 De fokker dient de identificatiegegevens en mutaties van zijn dieren bij te houden in een deugdelijke schapenadministratie.

1.11 De vereniging O.M.S. heeft recht op inzage van de schapenadministratie van een fokker om te controleren of deze administratie voldoende basis biedt om tot een juiste uitvoering van de stamboekregistratie te komen.


2. Melding door leden.

2.1 Tenminste eenmaal per jaar dienen de leden een schriftelijke opgave in bij de stamboekadministratie binnen de gestelde termijn met betrekking tot:

a. de nog aanwezige dieren

b. de in het koppel opgetreden mutaties

c. de in het voorjaar geboren lammeren ( ook dood geboren lammeren )

d. overige bijzonderheden, zoals doodsoorzaak, doorverkoop e.d.
Door het stamboeksecretariaat wordt hiertoe een standaardformulier verstrekt.

2.2 Dieren geboren na indiening van deze jaaropgave, maar voor keuringen, worden schriftelijk (e-mail) doorgegeven aan de stamboekadministratie.

2.3 De eigenaar is verplicht alle dieren die voor de fokkerij gebruikt worden, voor keuring en registratie aan te melden, middels een aan hem/haar toegezonden formulier.

2.4 De eigenaar is verplicht de door de Keuringscommissie aangewezen ooien in het derde levensjaar voor een keuring aan te bieden.

2.5 De eigenaar van een ram die ingezet is of wordt voor de fokkerij is verplicht deze ram in het eerste en tweede levensjaar te laten keuren. Na de tweede goedkeuring is de ram voor de rest van zijn leven goedgekeurd.


3. Registratie

3.1 Na de eerste keuring, wordt bij goedkeuring van het dier, vastgesteld in welk register ( Register - Hulpstamboek - Stamboek ) het gekeurde dier wordt opgenomen.

3.2 Het gekeurde en voor opname in een van de drie boeken geschikte dier wordt als zodanig zo spoedig mogelijk vastgelegd in de stamboekadministratie.

3.3 Bij de eerste keuring afgekeurde rammen en afgekeurde ooien komen niet voor registratie in aanmerking (?cat.O?).

3.4 Opname in het Registerboek (cat.1) is mogelijk voor voldoend rastypische ooien met een tenminste 50% stamboekerkende afstamming.

D.w.z. ooien uit:

  • een niet gekeurde vader of moeder 
  • een niet exact bij het stamboek bekende vader of moeder
  • een bij de eerste of tweede keuring afgekeurde vader of moeder
  • een Register ooi X meerdere rammen

Of

  • Bij bijzondere omstandigheden ter beoordeling aan de Keuringscommissie, voor voldoend rastypische ooien zonder officieel vastgelegde afstamming ( inhaalslag ).

Schema:

  • Geen registratie x Stamboek ( cat. 0 x cat. 3 )
  • Register ooi x meerdere rammen ( cat. 1 x cat. 3 RR )
  • Geen registratie x geen registratie (inhaalslag)

3.5 Opname in het Hulpstamboek ( cat. 2 ) volgt voor ooien uit onderstaande combinaties:

Schema:

  • Register x Stamboek ( cat. 1 x cat. 3 )
  • Hulpstamboek x meerdere rammen ( cat. 2 x cat. 3 RR )
  • Stamboek ooi x meerdere rammen ( cat. 3 x cat. 3 RR )

3.6 opname in het Stamboek ( cat. 3 ) volgt voor rammen en ooien uit onderstaande combinaties:

Schema:

  • Hulpstamboek(ooi) x Stamboek ( cat. 2 x cat. 3 )
  • Stamboek x Stamboek ( cat. 3 x cat. 3 )

3.7 Vervallen.

3.8 Vervallen.


4. Keuringen

4.1 Keuringen voor opname in een van de boeken van de Vereniging vinden plaats volgens het laatst vastgestelde Keuringsreglement van de Vereniging O.M.S.