Mergelland schapen in de Viroinvallei voor het behoud van kalkgraslanden in Zuid-BelgiŽ

Het kleine Waalse dorpje Vierves-sur-Viroin heeft zijn eigen natuur centrum Marie- Victorin. Vierves ligt centraal in de Calestienne, een smalle strook van kalkrijke heuvels die zich uitstrekken van Chimay tot La Roche. De vallei rond Vierves-sur-Viroin en Nimes noemt men de Viroinvallei; een oase van groen omzoomt met kalkgrasheuvels. Op deze heuvels komen nog kalkgraslanden voor. Ze herbergen een rijke en gevarieerde flora en fauna die tot stand kwam dank zij het samenspel tussen de natuur en de herders die vroeger met de schaapskudden rondtrokken. Maar dat is intussen alweer 100 jaar geleden.

Kalkgraslanden, een uniek biotoop, rijk aan bijzondere planten en dieren

Kalkgraslanden zijn grazige, voedselarme terreinen die meestal gelegen zijn op steile hellingen die pal naar het zuiden gericht zijn. Het kan er voor ?s lands normen dan ook behoorlijk warm worden. De combinatie van kalk en warm-droog weer zorgt ervoor dat in deze biotopen een stel planten en dieren voorkomen waarvan de doorsnee Belg denkt dat die enkel in het zuiden van Europa te zien zijn. Gentianen, graslelie, kogelbloem, wildemanskruid, bloedooievaarsbek, verschillende orchideeŽn en nog vele andere merkwaardige planten sieren deze bloemrijke graslanden. De heerlijke geuren van tijm, kleine steentijm en marjolein maken de gelijkenis met het zuiden helemaal compleet.

Hagedissen, slangen en talloze insecten behoren tot de vele bewoners van deze zuiders getinte biotopen. Op enkele van deze kalkgraslanden zorgt een heuse cicade zelfs voor de nodige ambiance bijgestaan door de luid tsjirpende sprinkhanen en krekels. Dit stukje uitzonderlijke natuur is zeer kostbaar en de meeste kalkgraslanden genieten momenteel dan ook van het statuut van natuurreservaat. Toch heeft deze strikte bescherming de spectaculaire terugloop van de kalgraslanden in BelgiŽ niet kunnen tegenhouden.

Kalkgraslanden zijn ontstaan door toedoen van de mens. Was de Calestienne enkele duizenden jaren geheel met beukenbossen bedekt, dan heeft de mens daar aardig verandering in gebracht. Beetje bij beetje knaagde hij aan dit immense bos en gebruikte hij de vrijgekomen delen om groenten te telen of schapen- en geitenkuddes te laten grazen. De constant begraasde planten veranderden al snel in open graslanden. De oppervlakte grasland was aanvankelijk klein maar vergrootte stelselmatig in de loop der eeuwen om eind vorige eeuw een absolute top te bereiken. Toen was er in de Viroinstreek niet minder dan 2000 hectaren aan kalkgrasland aanwezig. Na het verdwijnen van de schaapskuddes, in het begin van deze eeuw, liep de hoeveelheid aan kalkgraslanden snel terug. Liefst 1000 ha werden herbebost met dennen, de andere duizend hectaren werden aan hun lot overgelaten. Hier kregen doornstruiken en bomen vlug weer de bovenhand zodat er maar slechts een 50 hectaren van dit uniek biotoop overbleven. Momenteel is het areaal aan kalkgraslanden weer toegenomen door de inzet van natuurverenigingen en een schaapskudde.

Met kettingzagen en bosmaaiers in de strijd tegen oprukkende struiken en bomen

De erg veeleisende planten en dieren op de kalkgraslanden zijn allergisch voor schaduw. Krijgen ze niet genoeg zon en warmte dan worden ze eerst ziek om vervolgens volledig weg te kwijnen. Beheerders van kalkgraslanden hebben dan ook geen keuze: gewapend met kettingzagen en bosmaaiers moeten ze eerst het kalkgrasland weer open maken. Al het omgezaagde materiaal moet vervolgens netjes worden verwijderd, verbrand of verwerkt tot hakselhout. Daar de meest leuke planten daarenboven diep verborgen zitten onder een dik tapijt van droog plantenmateriaal en verstikkende grassoorten, moet ook de kruidlaag worden gemaaid en gehooid. Blijft het gemaaide gras ter plekke liggen dan verstikt het de typische planten en gaat rotten. Hierdoor verrijkt de schrale bodem waardoor dan weer stikstofminnende planten gaan groeien. Dit laatste is uiteraard niet de bedoeling. Al bij al is dit een zeer arbeidsintensieve karwei omdat mede door het akelige reliŽf en het stenige oppervlak, nauwelijks met machines kan gewerkt worden op de kalkgraslanden. De afgezaagde struiken en bomen maken nieuwe loten die op een jaar tijd tot ťťn meter kunnen uitgroeien. Een nieuwe interventie wordt dan onontbeerlijk? maar ook daarna lopen de bomen en struiken weer uit.

Het stond snel vast dat het onmogelijk was om grote oppervlakken kalkgraslanden op mechanische wijze te beheren. Men ging op zoek naar andere, betere oplossingen.

Begrazing met schapen en geiten de ultieme oplossing.

Dat meestal de van oudsher toegepaste technieken veruit de beste zijn, bleek ook voor het onderhoud van de kalgraslanden. Zo gooiden de natuurbeheerders van het Centre Marie-Victorin te Vierves het over een totaal andere boeg. De meest fanatieke legden hun zakgeld bij elkaar en kochten enkele Texelschapen. ?s Zomers vertoefden die op kalgraslanden om ?s winters in de kookpot te verdwijnen. Een eerste bescheiden experiment van begrazing van kalkgraslanden met schapen zag het daglicht. De resultaten waren veelbelovend maar de aanpak moest professioneler worden. Te samen met plaatselijke organisaties werd in het kader van het gemeentelijk natuurontwikkelingsplan de groep ?Espace-Nature? opgestart. In 1996 kocht ze een kleine kudde van acht ?echte? kalkgrasland schapen aan. In 1997 kwamen daar nog eens 5 dieren bij, terwijl de ram in de loop van die twee jaren voor nageslacht gezorgd had. Momenteel geven er zo?n 30 Mergelland schapen weer kleur aan de kalkgraslanden van de Viroinstreek? en dit na een afwezigheid van meer dan 80 jaar!

Om aan het dichte struikgewas het hoofd te bieden werden er eveneens enkele geiten aangekocht. Het groepje geiten is intussen goed aangegroeid.

Voorkeur voor Mergelland schapen

Bij de keuze van het schapenras werd bewust geopteerd voor rustiek en/of streekeigen schapen. Zo zaten bij eerste lichting schapen zes Mergelland schapen en 2 Entre-Sambre-et-Meuse schapen. Deze laatste bleken niet zo geschikt voor het veldwerk op de kalkgraslanden. Entre-Sambre-et-Meuse schapen zijn zwaarder van bouw en hebben het moeilijker op het heuvelachtige parcours, de kalrijke rotsgronden en de schrale begroeiing. Mergelland schapen gedijen in deze streek uitstekend. Van oorsprong komen ze voor op de kalkrijke graslanden van de Mergelstreek, die het oosten van Limburg, het noorden van Luik en het Nederlandse Zuid-Limburg omvat. In de omgeving van het Franse Rouen ( in NormandiŽ ) worden ze eveneens ingezet voor het onderhoud van kalkgraslanden. De rondtrekkende herder wordt voorlopig nog vervangen door verplaatsbare afsluitingen maar op termijn zou hij/zij zijn/haar plaats terug moeten innemen. Een zonnepaneel wekt de nodige spanning op voor de afsluiting; zo is het sleuren met lege en volle batterijen voorbij.

Zeer goede resultaten

De resultaten van alle graasprojecten in de Viroinstreek zijn zeer positief. De grasmat is weer kort en open zodat zelfs de kleinere, kwetsbare plantjes opnieuw het daglicht zien. Ook steken verloren gewaande planten- en diersoorten hun kopje weer boven. Zelfs de doornstruikjes worden weer aantrekkelijk. Het geregeld afeten houdt de doornstruikjes klein en aldus uitermate geschikt voor de ontwikkeling van de rupsen van enkele bijzondere dagvlinders. Zo glijden de koninginnepage en het groot geaderd witje weer geregeld over de kleurrijke mat van de kalkgraslanden.

Het is verheugend vast te stellen dat de kalkgrasheuvels ( Les Tiennes ) in de Viroin weer een toekomst hebben dank zij de komst van de Mergelland schapen. Elk jaar neemt het areaal aan kalkgraslanden toe.